archiveren

Maandelijks archief: november 2012

Ik spring,
jij vangt.
Ik land,
jij vangt.

Wittechocoladeslagroomtaart.
Wij zingen,
en jij vangt.
Krulwarboelborsthaar.
Ik kruip omhoog,
en jij lacht.

Grijsblauw is
dieper dan de zee.
En je lach is te breed.
Ik verdrink.

Wakker word ik,
je vangt niet meer.
Dromen
doe je
in je eigen tijd.
Ik spring
en ik land.

Ik heb zeepbellen in mijn buik.

En jouw haar staat in de fik.

 

Na een wens put vol whisky

zijn alle kwartjes opgevist.

Met mijn handen in het vuur is alles warm.

 

Een moraalridder, dat ben je,

over poezen en de brandende zon.

Soms vergeet ik het,

maar jouw omarming is mijn wandelend thuis.

.Afbeelding

Een zak aardappelen rust in mijn armen.

Je ogen- zo groot- kijken dwars door mij heen.

Met de onaangetaste glinstering van je persoontje.

Bij elke knipper ben je groter.

 

Je pure vragen maken mij naakt,

van wijsheid en kennis die in jouw wereld niet geldt.

Hier kent niet anders dan lachen. Dan koekjes en cakejes en de slakken voor het raam.

Terwijl Nijntje een nog heerlijk slokje water

drinkt, met poes in de box,

maken wij ons zorgen om onze enige zorgen;

De vieze luier.

Van de ‘HEMA-baby’, die toch wel eng huilt.

Maar dat terzijde.

 

Je banjert verder- met een pot augurken- en wijst me mijn plek.

We zullen dansen. Dansen. Dansen en spelen.

En moeten niet vergeten dat de krokodil in je bil bijt.

Als we niet opletten.

 

De poezen doen ook mee. Ze krijgen kusjes daarvoor.

En terwijl we met de bal gooien én koekjes eten én rondjes dansen rond het huidige centrum van ons bestaan- de augurkenpot- kijken de slakken toe.

Ik ben een poes.

Van de negen heb ik nog maar drie levens over.

Maar als ik nu een bolletje wol zie, kan ik het niet laten mijn nagels erin te zetten.

Met al het risico dat ik erin verstrikt raak.